Onderzoek Stadsbank ON

Regionaal onderzoek Stadsbank Oost Nederland

De rekenkamercommissies van Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal starten binnenkort met een gezamenlijk onderzoek naar de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost-Nederland (SON). Aanleiding voor het onderzoek is de wens om in regionale samenwerking een verantwoordings- en toezichtstructuur te ontwikkelen. De gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal willen de daadwerkelijke meerwaarde van de samenwerking verkennen door gezamenlijk dit pilot–onderzoek te doen.

De uitvoering van het onderzoek vindt plaats door BMC. De gezamenlijke rekenkamercommissies willen het onderzoek eind 2015 afronden.

Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het functioneren van de Stadsbank Oost-Nederland in het licht van de beoogde maatschappelijke effecten.

In het onderzoek staan de volgende vragen centraal:

  1. Hoe ziet de context van de gemeente Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal eruit en welke maatschappelijke doelstellingen zijn vastgesteld?
  2. In hoeverre sluit de missie en visie van de SON aan bij de maatschappelijke effecten die de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal voor haar inwoners wensen te realiseren?
  3. Doet de SON wat het moet doen: welke doelen zijn gesteld en wordt daaraan gewerkt?
  4. Hoe verhoudt de organisatie, de dienstverlening, de caseload van de SON zich ten opzichte van stadsbanken in andere gemeenten (voor zover deze gegevens beschikbaar zijn) en ten opzichte van elkaar?
  5. In hoeverre worden de doelen van de SON bereikt?
  6. In hoeverre draagt het werk van de SON bij aan de financiële weerbaarheid en eigen kracht van huishoudens en/of cliënten in de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal?
  7. In hoeverre weten inwoners de hulpverlening van de Stadsbank te vinden?
  8. Hoe is de governance met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling georganiseerd?
  9. In hoeverre kunnen de deelnemende gemeenten in de praktijk invloed uitoefenen op deze gemeenschappelijke regeling?
  10. Ervaren de deelnemende gemeenten knelpunten ten aanzien van de sturing, controle, verantwoording en toezicht met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling SON en wat zijn mogelijke verbeteringen?